Logo administratie-dark
 Logo-Financieel-adviesburo-dark
   

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 september 2017 (nr. 16/01110 t/m 16/01114, ECLI:NL:GHARL:2017:7657) uitspraak gedaan in een zaak over de bijtelling privégebruik auto (artikel 13bis Wet LB). De casus was als volgt.

Feiten

Belanghebbende houdt zich bezig met het inkopen en plaatsen van (onder andere) sport- en kunststofvloeren. Naast een aantal bestelauto’s beschikt belanghebbende over twee personenauto’s, een BMW en een Nissan. Deze auto’s worden aan een werknemer, die tevens via zijn bv 100% van de aandelen in belanghebbende houdt, ter beschikking gesteld. Met betrekking tot de Nissan past belanghebbende de bijtelling wegens privégebruik toe. Met betrekking tot de BMW doet belanghebbende dat niet. Voor de BMW is voor een aantal jaren een rittenregistratie bijgehouden. Daarna ondergaat de werknemer een oogoperatie waardoor hij enige tijd niet kan rijden. Een rittenregistratie wordt sindsdien voor de BMW niet meer gevoerd. De inspecteur legt loonheffingscorrecties op en belanghebbende gaat in beroep.

Oordeel Rechtbank en Hof

In eerste aanleg verwerpt de Rechtbank het beroep van belanghebbende, omdat zij niet heeft doen blijken dat de BMW voor minder dan 500 kilometer per jaar voor privédoeleinden is gebruikt. In hoger beroep heeft belanghebbende twee schriftelijke verklaringen overgelegd. In beide verklaringen is opgenomen dat de werknemer en zijn echtgenote de BMW strikt zakelijk hebben gebruikt en dat de auto jaarlijks voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Daarnaast heeft belanghebbende een rittenregistratie overgelegd.

Het Hof benoemt allereerst dat de bewijslast dat de BMW op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt, op belanghebbende rust. Belanghebbende dient dit overtuigend aan te tonen. Het enkel aannemelijk maken is niet voldoende. Het Hof acht belanghebbende niet geslaagd in het leveren van bewijs, omdat de verklaringen geen overtuigend bewijs zijn. De verklaringen zijn afkomstig van personen die een belang hebben bij de uitkomst van de procedure en worden niet ondersteund door enig objectief bewijs. Voorts overweegt het Hof dat de achteraf overgelegde rittenregistratie evenmin het verlangde bewijs levert. De rittenregistratie bevat geen objectief controleerbare gegevens.

Commentaar van de redactie

Indien een auto ter beschikking staat, is het wettelijk uitgangspunt dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. De bewijslast dat een auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt, rust op belanghebbende. Dat bewijs is vormvrij (vgl. HR 13 september 1989, nr. 26.254, ECLI:NL:HR:1989:ZC4101, niet gepubliceerd, en HR 22 oktober 2010, nr. 10/00484, ECLI:NL:HR:2010:BO1395), maar dient wel overtuigend te zijn. Dit overtuigende bewijs kan onder andere op verschillende manieren worden geleverd, zoals met een sluitende rittenregistratie, een schriftelijk verbod op privégebruik, via een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ van de Belastingdienst en met ander soort bewijs, de zogenoemde vrije bewijsleer.

Het Hof wijst er terecht op dat het om meer gaat dan aannemelijk maken. Belanghebbende dient 'te doen blijken', wat inhoudt: overtuigend aantonen. Daar was belanghebbende in casu niet in geslaagd. Belanghebbende kwam pas in hoger beroep aanzetten met een rittenregistratie. Het Hof overwoog dat een achteraf overgelegde rittenregistratie niet het verlangde bewijs vormt waarmee overtuigend wordt aangetoond dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt.

Die overweging was ook terug te zien in een andere uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden, die op dezelfde dag is gepubliceerd (29 augustus 2017, nr. 16/00881, ECLI:NL:GHARL:2017:7460). In die zaak ging het om een tennisondernemer die een Porsche tot het ondernemingsvermogen had gerekend. In privé beschikte hij over een eigen auto. Met betrekking tot de Porsche waren rittenregistraties bijgehouden. Het Hof oordeelt dat er geen sluitende rittenregistratie was bijgehouden, omdat de ritten altijd 39 kilometer bedroegen, daar waar je in ieder geval een aantal malen een afronding naar 40 of 38 zou verwachten. Dit kan volgens het Hof niet tot een andere conclusie leiden dan dat de rittenregistratie achteraf door de ondernemer is opgesteld. Naar het oordeel van het Hof wordt met een achteraf opgestelde rittenregistratie niet aangetoond dat de auto’s voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden zijn gebruikt.

Enerzijds is oordeel van het Hof geheel begrijpelijk. Een achteraf opgestelde rittenregistratie voldoet niet aan de vereisten die worden gesteld aan een rittenregistratie en vormen geen objectief bewijs. Anderzijds geldt de vrije bewijsleer ten aanzien van het doen blijken dat een auto voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Het Hof lijkt voorbij te gaan aan het feit dat de belanghebbende in beide zaken in privé over een auto beschikte. Voor de praktijk bevestigen deze uitspraken nogmaals de regel dat het altijd verstandig is om een rittenregistratie bij te houden.

Auteur: drs. E. Porsuklu

Fiscaal Flits

Compensatie bij ontslag langdurig arbeidsongeschikte werknemers

19/08/2018 - Hebt u als werkgever een langdurig arbeidsongeschikte werknemer ontslagen? Op 20 juli 2018 is een wet gepubliceerd die ervoor zorgt dat u compensatie kunt krijgen voor de transitievergoeding die u heeft betaald hebben aan deze werknemer. Er komt nog een regeling voor de aanvraagprocedure en verstrekking van de vergoeding.   Lees meer...

Afkoopkorting pensioen in eigen beheer in 2018 of in 2019 benutten?

12/08/2018 - Sinds 1 juli 2017 kunt u als dga geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. 2019 is het laatste jaar waarin u er nog voor kunt kiezen uw pensioen in eigen beheer af te kopen. Lees meer...

Bezwaren box 3-heffing 2017 aangewezen als massaal bezwaar

29/07/2018 - Staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft de bezwaren tegen de berekening van de vermogensrendementsheffing (de box 3-heffing) in de aanslag inkomstenbelasting 2017 aangewezen als massaal bezwaar. Lees meer...

Liggelden jachthaven belast tegen het algemene btw-tarief

21/07/2018 - Op vergoedingen voor ligplaatsen voor zeilboten en snelle motorboten in een jachthaven is het algemene btw-tarief van 21 procent van toepassing. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.  Lees meer...

Bedrag definitieve aanslag erfbelasting mogelijk onjuist vastgesteld

11/07/2018 - Heeft de Belastingdienst u onlangs een definitieve aanslag erfbelasting uitbetaald? Of hebt u een definitieve aanslag ontvangen waarin staat dat u een bedrag terugkrijgt? Het uitbetaalde of vastgestelde bedrag is mogelijk onjuist vastgesteld.    Lees meer...

Staatssecretaris tevreden over fiscaal beleid autobelastingen

08/07/2018 - Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Tweede Kamer de evaluatie Autobrief II toegezonden. De staatssecretaris concludeert dat de Wet uitwerking Autobrief II heeft geleid tot meer stabiele belastinggrondslagen en – met name in de bijtelling - minder marktverstoring en minder complexiteit. Lees meer...

Antwoorden op vragen waarom dode mensen post van de belasting krijgen

08/07/2018 - 
Een DigiD wordt niet automatisch opgeheven na het overlijden van een persoon. Dat heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken geantwoord op Kamervragen naar aanleiding van het bericht ‘Waarom dode mensen post van de belasting krijgen'?
  Lees meer...

Loon dga verlagen met terugwerkende kracht mag niet

26/06/2018 - Loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) al genoten heeft, mag niet teruggedraaid worden. Elk jaar ontvangt de Belastingdienst in het laatste kwartaal correctieberichten waarin het salaris van dga's wordt verlaagd. Dga's geven hiervoor diverse argumenten, bijvoorbeeld dat hun salaris na de verlaging nog steeds voldoet aan de gebruikelijkloonregeling of dat zij niet of minder gewerkt hebben.   Lees meer...

Liggelden jachthaven belast tegen het algemene btw-tarief

15/06/2018 - Op vergoedingen voor ligplaatsen voor zeilboten en snelle motorboten in een jachthaven is het algemene btw-tarief van 21 procent van toepassing. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.  Lees meer...

Geen naheffing bij verhoging btw-tarief

11/06/2018 - Het kabinet wil ondernemers niet belasten met extra administratieve lasten bij de aangekondigde verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6 naar 9 procent. De Belastingdienst zal niet gaan naheffen op in 2018 betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden. Dit heeft staatssecretaris Snel van Financiën in een debat met de Tweede Kamer aangekondigd.   Lees meer...

Inschrijven nieuwsbrief

Naam:

E-mail: